Angst –
als je lijf even harder praat dan je hoofd
Angst.
Het kan er ineens zijn, maar het kan ook langzaam in je leven sluipen. Soms zit het vooral in je hoofd, soms voel je het door je hele lijf. Slecht slapen, snel schrikken en spanning in je schouders of kaken. Of ineens onverklaarbare buikpijn.
Vaak begint het met kleine piekergedachten. Gedachten die zich blijven herhalen en langzaam groter worden, tot ze je volledig in beslag nemen.
Vooral ’s nachts kan angst je echt grijpen. Wanneer je wakker wordt midden in de nacht, zijn je hersenen nog niet volledig “aan”. Je rationele filter ontbreekt. Gedachten die overdag nog relatief onschuldig voelen, kunnen ’s nachts ineens levensecht en dreigend lijken. Afleiding lukt niet meer. Jezelf geruststellen ook niet.
Ik ben ook op dat punt geweest.


De angst zat destijds zo diep in mijn lijf, dat ik ’s nachts een fysieke angstreactie kon krijgen bij een simpele gedachte als: “Ik ben vergeten melk te kopen”.
Niet omdat die gedachte logisch was, maar omdat mijn systeem al langere tijd in een staat van alertheid stond.
Angst heeft van nature een functie. Het helpt ons te reageren op gevaar. Je lichaam maakt adrenaline aan, je wordt scherper, alerter. Als stress en onzekerheid zich opstapelen en angst langere tijd aanwezig is, kan ook het stresshormoon cortisol langdurig verhoogd zijn. Je lichaam leert dan als het ware: ik moet altijd klaarstaan.
En op een gegeven moment reageert je lijf bij heel veel situaties alsof er gevaar dreigt, terwijl er geen tijger om de hoek staat.
Zelfs met deze kennis bleef ik hier een tijd mee worstelen.
En eerlijk is eerlijk: ook nu merk ik soms nog dat angstgedachten in bepaalde periodes opspelen. Voornamelijk ’s nachts, maar wat het grote verschil is met toen?
Ik weet nu: dit blijft niet zo.
Angst is bij mij geen constante, maar een signaal. Het duikt vooral op in periodes van stress, verandering of onzekerheid.
Als je mijn verhaal leest, zou je misschien denken dat ik een avontuurlijk persoon ben. Vijf maanden reizen in een camper, emigreren naar een ander land. Maar de weken voordat we vertrokken, hing ik letterlijk kokhalzend boven de wc. Zó ver buiten mijn comfortzone was het. Zóveel onzekerheid.
En toch zette ik door. Niet omdat ik geen angst had, maar omdat ik diep vanbinnen voelde dat deze stap klopte.
En dat gevoel bleek juist.
Op reis, met afstand van alles, kwam mijn lijf tot rust. Mijn gedachten ordenden zich weer. De spanning zakte. Niet omdat alles perfect was, maar omdat ik weer durfde te vertrouwen.
Wat ik je vooral wil meegeven, is dit:
Angst betekent niet dat er iets mis is met jou. Het betekent niet dat je faalt, terugvalt of niet “ver genoeg” bent.
Soms is angst simpelweg een teken dat je in beweging bent. Dat je leeft. Dat je iets doet wat ertoe doet.
Je hoeft angst niet meteen weg proberen te krijgen. Je hoeft het niet te fixen. Vaak helpt het al om te weten: dit ken ik, en ik weet dat het weer zakt.
En vertrouwen, dát groeit met de tijd.

Tip: Wat mij ’s nachts helpt, is mijn aandacht terugbrengen naar mijn lijf. Soms met ademhaling, soms door mijn gedachten bewust naar een veilige, fijne plek te brengen. Niet om de angst weg te duwen, maar om mijn systeem te laten voelen: het is oké. Lees hiereen artikel waarbij ik uitgebreider in ga op omgaan met angst.

